Bouwtechnisch Tekenen: Tekentechnieken

From BK Wiki
Revision as of 15:14, 25 August 2010 by Evanhetschip (Talk | contribs)

Jump to: navigation, search

Terug naar Bouwtechnisch Tekenen

Elke tekening die je maakt bestaat uit punten, lijnen en vlakken. De ordening van deze elementen op het papier zal bepalen of jouw tekening duidelijk en bouwkundig correct is. De juiste schaal heb je nodig om jouw tekening op het juiste formaat over te kunnen brengen. Bepaalde delen van een gebouw hebben speciale aandacht nodig. En het weergeven van het materiaal is belangrijk om in een oogopslag jouw tekening duidelijk te maken. Gecombineerd met de maten, juiste lijndikte & lijntypen, en [[Bouwtechnisch Tekenen: Tekentechnieken#Bijschriften|bijschriften] heb je de juiste tekening.

Schaal

Het is belangrijk om de juiste schaal te kiezen voor een tekening. De schaal heeft namelijk grote invloed op de informatie die een tekening kan leveren.

  • aard en afmeting van het onderwerp
  • duidelijkheid in weergave van het onderwerp (leesbaarheid)
  • dezelfde soort informatie steeds op dezelfde schaal (bijvoorbeeld alle details schaal 1:5)
  • beperken van aantal en grootte van tekeningen
  • het zo doelmatig mogelijk produceren en reproduceren van een tekening

Het kiezen van een schaal gaat verder dan "hoe past de tekening het beste op mijn vel papier". Ieder schaalniveau bevat verschillende informatie. Een tekening van dezelfde plattegrond op drie verschillende schalen, zal dus drie keer andere informatie geven. Tot slot is het erg belangrijk de gekozen schaal op de tekening te vermelden. Dat gebeurt in de identificatiestrook. Als meerdere schalen op één blad gebruikt worden, is het aan te bevelen bij iedere tekening apart de schaal te vermelden om verwarring te voorkomen. Alle toegepaste schalen worden dan ook in de identificatiestrook geschreven.

Invloed van Schaal

De schaal die je gebruikt op jouw tekening bepaalt welke informatie te zien moet zijn. Zo is het niet slim om tegels te tekenen in een 1:500 tekening maar wel in een 1:50 tekening. Per schaalniveau moet je slechts laten zien wat voor die tekening noodzakelijk is. Per schaalniveau kun je ook dieper in detail gaan, bijv in een schaal 1:200 tekening teken de stoelen als slechts een vierkant/cirkel, in een 1:50 tekening teken je de stoel met leuningen en rugsteun en kun je hem arceren.

Schaal-1op200.jpg

Plattegrond - Schaal 1:200

Schaal-1op100.jpg

Plattegrond - Schaal 1:100

Schaal-1op50.jpg

Plattegrond - Schaal 1:50

Schaalkeuze

1:10000 - 1:5000 - 1:2000Stedenbouwkundige Tekeningen
1:1000Stedenbouwkundige Tekeningen & Situatie Tekeningen
1:500Situatie Tekeningen
1:200Grote Gebouwen, Overzichtstekeningen (bv. woningblokken)
1:100Gebouwen
1:50Kleine Gebouwen (bv. woningen) & Fragmenten van Gebouwen
1:20Fragmenten van Gebouwen
1:10Meubels, Kasten, Trappen, e.d. Details, Constructieve Knooppunten
1:5Details
1:2Details, vanwege verwarring met de schaal 1:1 wordt deze vaak afgeraden
1:1Details

Voorbeelden van Schaal

Hier volgen enkele voorbeelden van tekeningen op schaal en wat zij representeren en wat voor informatie af te lezen is.

Stedenbouwkundige Tekening | Schaal 1:5000 - 1:2000 - 1:1000

Filename.jpg

Situatie Tekening | Schaal 1:500

Filename.jpg

Grote Gebouwen / Overzichtstekeningen | Schaal 1:200

Filename.jpg

Gebouwen | Schaal 1:100

Filename.jpg

Kleine Gebouwen (b.v. woningen) | Schaal 1:50

Filename.jpg

Fragmenten van Gebouwen (b.v. plattegrond of doorsnede) | Schaal 1:20

Filename.jpg

Fragmenten van Gebouwen (b.v. gevelfragment) | Schaal 1:20

Filename.jpg

Aansluitngen, Gebouwonderdelen, Meubels | Schaal 1:10

Filename.jpg

Details | Schaal 1:5

Filename.jpg

Details | Schaal 1:1

Filename.jpg

Gebouwdelen

Onder gebouwdelen worden muurdoorbrekingen zoals ramen en deuren verstaan, maar ook trappen en meubilair. Over de weergave hiervan bestaan afspraken en in NEN 114 worden vele hiervan beschreven. De informatie die in een tekening verstrekt wordt, hangt af van de bouwfase en de schaal. Zo ook de weergave van de gebouwdelen.

Gebouwdelen-muurdoorbrekingen.jpg
Gebouwdelen-muurdoorbrekingen2.jpg

Gebouwopeningen

Afhankelijk van de aard en de schaal van de tekening wordt een muurdoorbreking op een bepaalde manier getekend.

Gebouwdelen-deurperschaal.jpg
Gebouwdelen-opdrachtgever3.jpg
Gebouwdelen-opdrachtgever2.jpg
Gebouwdelen-bestektekening.jpg

Trappen

Het tekenen van een trap vraagt de nodige aandacht. In plattegrond geeft een pijl de stijgrichting aan en een stip het begin van de stijging. Verschillende typen trap (rechte steektrap, bordestrap) zien er anders uit in plattegrond. Per verdieping ziet een trap er ook anders uit. Een trap in aanzicht kan eenvoudig geconstrueerd worden uit een plattegrond en omgekeerd.

Gebouwdelen-trapsoorten.jpg

Rechte Steektrap

Gebouwdelen-trap1.jpg
Gebouwdelen-trap2.jpg
Gebouwdelen-trap3.jpg
Gebouwdelen-trap4.jpg
Gebouwdelen-trap5.jpg

Trap (met onder en boven kwart) & Spiltrap (rond)

Gebouwdelen-traptekenen.jpg

Meubilair

Door meubilair in een tekening te plaatsen, kan de schaal verduidelijkt worden. Er wordt echter alleen meubilair geplaatst in een tekening voor de opdrachtgever. In tekeningen voor de aannemer of technisch adviseur, zoals bijvoorbeeld een bestektekening, zal men geen meubilair aantreffen, omdat het dan irrelevante informatie is. In natte cellen, zoals badkamers en keukens, wordt vaak wel de inrichting ingetekend.

Schaal-1op200.jpg

Plattegrond - Schaal 1:200

Schaal-1op100.jpg

Plattegrond - Schaal 1:100

Schaal-1op50.jpg

Plattegrond - Schaal 1:50

Materiaal

Alle materiaal, dat in een tekening wordt doorgesneden, moet een arcering krijgen. Dit verduidelijkt niet alleen de tekening, maar geeft ook informatie over de toegepaste materialen. Als doorsneden van hetzelfde materiaal aan elkaar grenzen, kunnen onduidelijkheden ontstaan. Volgens NEN 128-50 moet de arcering dan in verschillende richtingen lopen. In tekeningen waarin zowel bestaand als nieuw werk voorkomt, kan het bijdragen aan de leesbaarheid van de tekening om het bestaande werk dunner, gestippeld of grijs te tekenen. Soms is de schaal van een tekening zo klein, dat de juiste arcering niet aangebracht kan worden. In dat geval wordt de doorsnede niet gearceerd.

Arceringen

Arceringen in een bouwkundige tekening dienen te worden getekend volgens NEN 47. Omdat deze arceringen gestandaardiseerd zijn, en zo ook in de bouw bekend staan, hoeft niet nadrukkelijk worden aangegeven in een renvooi wat de arceringen betekenen. Als je echter van de standaard afwijkt of daarop een arcering toevoegt dien je dat wel nadrukkelijk aan te geven in een renvooi. De renvooi komt op de bouwkundige tekening boven de identificatiestrook.

Materiaal-renvooi.jpg

Hieronder vindt je een lijst met de arceringen volgens NEN 47. Let ook op voor welke schaal de arceringen van toepassing zijn.

Materiaal-NEN47-1steen.jpg
Materiaal-NEN47-2hout.jpg
Materiaal-NEN47-3steen.jpg
Materiaal-NEN47-4houtmetaal.jpg
Materiaal-NEN47-5divers.jpg

Maataanduiding

In een bouwkundige tekening mogen maten nooit afgeleid worden door ze op te meten. Alle afmetingen moeten bepaald kunnen worden aan de hand van de vermelde maten. Het correct aangeven daarvan is dus van belang. Maatlijnen worden zoveel mogelijk buiten het object geplaatst, tenzij dat voor onduidelijkheden zorgt of er te weinig ruimte is. Dichtbij het object staan de deelmaten, verder weg de totaalmaten. De stramienmaten worden zover mogelijk naar buiten geplaatst.

Maataanduiding-plaatsing.jpg

Stramienlijnen

Stramienlijnen vormen een assenstelsel waarvan de oorsprong zich altijd in de linker onderhoek van de tekening bevindt. De lijnen worden beëindigd met een cirkel waarin een code wordt gezet. Horizontaal worden de stramienlijnen beginnend bij 1 genummerd van links naar rechts. Verticaal worden de stramienlijnen van onder naar boven voorzien van hoofdletters in alfabetische volgorde. De oorsprong is dus altijd A1. In een doorsnede worden verticaal geen letters gebruikt. In dat geval worden de hoogtematen aangegeven. Stramienlijnen op de tekening dienen ter orientatie en zijn gerelateerd aan de hartlijnen van de constructie. Hoogtematen zijn gerelateerd aan de bovenkant afwerking van de begane grondvloer.

Maataanduiding-stramienplattegrond.jpg
Maataanduiding-stramiendsn.jpg

Maatlijnen

In tekeningen worden maten aangegeven met een maatlijn en twee hulplijnen. In plaats van een streepje mag ook een dikke stip geplaatst worden, als dit maar in de hele tekening hetzelfde is. De maat wordt boven de maatlijn geschreven, liefst in het midden. Opdat de overige informatie in een tekening goed leesbaar blijft, mogen maten daar niet overheen geschreven worden. lijntypen Stramienlijnen kunnen ook als maatlijn gebruikt worden, maar hartlijnen en begrenzingslijnen niet. Hartlijnen mogen wel als hulplijn voor de maataanduiding worden gebruikt. De maatlijnen worden het liefst horizontaal onder de tekening gezet en verticaal rechts van de tekening. Als er meer maatlijnen nodig zijn, kunnen deze ook boven of links naast de tekening worden geplaatst. De teksten bij de maatlijnen staan zo geschreven dat deze met maximaal één maal draaien van het blad te lezen zijn. Teksten bij verticale maatlijnen hebben dus altijd dezelfde orientatie.

Maataanduiding-maatlijn.jpg
Maataanduiding-matenrechts.jpg

Hoogtematen

Het aangeven van maten in vertikale richting bij doorsneden en gevels gebeurt op een andere manier dan bij plattegronden. Er wordt een peil gekozen, meestal is dat de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer. Hoogtematen worden dan met een plus- of minteken gerelateerd aan dit peil. Op de tekening dient ook de positie van het gekozen peil ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (N.A.P.) aangegeven te worden. In plattegronden wordt de hoogtemaat van een vloer aangegeven door deze erin te schrijven.

Maataanduiding-hoogtemaatdsn.jpg

Gebruik eenheden

De gebruikte eenheid hoeft niet achter iedere maat te staan, als deze maar duidelijk op de tekening is vermeld. Boven de identificatiestrook kan bijvoorbeeld geschreven worden:

  • alle maten in mm
  • alle maten in mm, tenzij anders vermeld

Lengte<br\> Voor lengte dienen de volgende eenheden gebruikt te worden:

  • µm (micrometer)
  • mm (millimeter)
  • m (meter)
  • km (kilometer)
  • M (basismoduul = 100mm), in het geval van modulaire coördinatie

Oppervlakte<br\> Voor oppervlakte dienen de volgende eenheden gebruikt te worden:

  • mm2 (vierkante millimeter)
  • m2 (vierkante meter)
  • km2 (vierkante kilometer)

Uitsluitend voor het aangeven van oppervlakten van terreinen mogen centiare (ca = 1m2), are (a = 100m2) en hectare (ha = 10.000m2) gebruikt worden.

Inhoud<br\> Voor inhoud dienen de volgende eenheden gebruikt te worden:

  • mm3 (kubieke millimeter)
  • m3 (kubieke meter)

Nauwkeurigheid<br\> Het aantal getallen achter de komma bij decimale maatgetallen impliceert de gewenste maatnauwkeurigheid. Bijvoorbeeld:

  • 1,0 m: een maat op dm nauwkeurig
  • 1,70 m: een maat op cm nauwkeurig
  • 1,770 m: een maat op mm nauwkeurig

Als deze nauwkeurigheid niet wordt bedoeld, kunnen de overtollige nullen beter weggelaten worden. Een maat kan ook als benadering worden weergegeven door ca. voor het getal te plaatsen.

Zie NEN3698 voor uitgebreide informatie over eenheden, getalwaarden en nauwkeurigheid.

Lijntypen

In bouwkundige tekeningen worden voor bepaalde toepassingen steeds dezelfde lijntypen gebruikt. De afspraken die hierover zijn gemaakt, zijn na te lezen in NEN-ISO 128-23 (nl).

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste lijnen en hun toepassingen.

Getrokken lijn<br\> Deze lijn wordt gebruikt als:

  • zichtbare begrenzingslijn (1)
  • arceringslijn (2)
  • maatlijn en hulplijnen (3)
  • roosterlijn (4)
  • afbreeklijn (5)

Streeplijn<br\> Deze lijn wordt gebruikt als:

  • niet-zichtbare begrenzingslijn (5)
  • arceringslijn (6)
Lijntypen-12345.jpg
Lijntypen-56.jpg

Gemengde streeplijn<br\> (verhouding lange en korte streep 3:1) Deze lijn wordt gebruikt als:

  • hartlijn (7)
  • stramienlijn (8)
  • doorsnedelijn (9)
  • afbreeklijn (10)
Lijntypen-78910.jpg

Stippellijn<br\> De stippellijnen worden in roosters gebruikt, onder andere in tekeningen met modulaire coördinatie.

Lijnsymbolen Aan een lijntype kan een lijn symbool gekoppeld worden, wat extra betekenis aan de lijn geeft:

Opmerking: Een aanhaallijn met punt eindigt altijd binnen een begrenzingslijn, een aanhaallijn met pijl eindigt altijd op een begrenzingslijn. Bron: basisbegrippen

Lijntypen-lijnsymbolen.jpg

Lijndikte

Het gebruik van verschillende lijndikten maakt een tekening duidelijker. Door verschillende lijndikten in een tekening te gebruiken kan onderscheid gemaakt worden tussen aanzicht en doorsnede, nieuw en oud, omtrek en invulling, etc. Pen- en lijndiktes worden weergegeven in milimeters. Meestal worden voor één tekening drie lijndikten gebruikt: dun, dik en extra dik. Deze verhouden zich onderling als 1:2:4. Een voorbeeld van een lijndiktenset is dus: 0.13, 0.25 en 0.5. De lijndikten worden dan liefst voor het hele project toegepast. De keuze voor een lijndiktenset heeft te maken met de soort, de grootte en de schaal van de tekening. Een belangrijke regel is dat een doorsnedelijn altijd dikker is dan een aanzichtlijn. De opeenvolging van pendiktes (0,35 maal 1,4 is 0,5 en 0,5 maal 1,4 is 0,7 etcetera) is gebasseerd op de kopieerbaarheid. De verhouding van lijndiktes blijft bij kopieren van een tekening van bijvoorbeeld A4 naar A3 gelijk. Waar een lijndikte van 0,35 is gebruikt wordt dit nu een 0,5.

Lijndikte.jpg
Lijndikte-een.jpg
Lijndikte-meer.jpg

Bijschriften

In een bijschrift wordt nadere informatie over een tekening verstrekt. Dit is bijvoorbeeld het materiaal of een typeaanduiding. Het bijschrift verwijst met een aanhaallijn naar de tekening en mag niet over andere informatie heen geschreven worden.

Bijschriften-bijschrift.jpg

Verwijzingssymbolen

Zoals de naam al zegt, dienen verwijzingssymbolen om ergens naar te verwijzen. De belangrijkste toepassingen hiervan zijn verwijzingen naar doorsneden, details en wijzigingen.

Doorsneden<br\> De plek, waar een doorsnede genomen is, dient in een plattegrond te worden aangegeven. Een gemengde streeplijn door de buitenrand geeft de plek aan en pijlen haaks op deze lijn de kijkrichting. Als de leesbaarheid van de tekening daarom vraagt, mag de lijn ook doorgetrokken worden door de plattegrond. Om de bijbehorende doorsnede terug te kunnen vinden, worden verwijzingssymbolen gebruikt. Hiervoor worden meestal letters gebruikt, bijvoorbeeld AA’ , maar cijfers zijn ook mogelijk.

Details<br\> Hetzelfde geldt voor details: de plek waar een detail zich bevindt, dient in de desbetreffende tekening aangegeven te worden. Dat kan natuurlijk zowel een plattegrond als een doorsnede zijn. De plek wordt aangeduid door een cirkel. Om het bijbehorende detail terug te vinden, worden de cirkels genummerd. Deze nummers komen overeen met de detailnummers.

Wijzigingen<br\> In de praktijk kan er gedurende een proces één en ander veranderd worden aan een tekening. Vanuit de originele tekening wordt dan met een wijzigingscode verwezen naar de tekening van de wijziging.

Bijschriften-verwijzingen.jpg

Titels

De titel van een afbeelding staat altijd linksonder de tekening, als deze titel alleen betrekking heeft op deze afbeelding. Als een titel over meerdere afbeeldingen gaat, dan staat deze linksboven al deze afbeeldingen. Een titel die de inhoud van het hele blad dekt, mag ook op de identificatiestrook vermeld worden.

Verder naar Tekenfasen<br\> Terug naar Tekensystemen<br\> Terug naar Bouwtechnisch Tekenen