Zonnestraling, bezonning, zontoetreding en zonwering

From BK Wiki
Revision as of 16:23, 25 August 2010 by Evanhetschip (Talk | contribs)

(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Jump to: navigation, search

Inleiding

De sterkte van de zonnestraling die op een gevel valt kan in totaal wel 900 W/M2 bedragen. Wanneer deze straling ongehinderd binnen kan komen betekent dit een zeer grote warmtetoevoer tot het vertrek. ‘s Winters kan dit een welkome positieve post op de warmtebalans betekenen (passieve zonne­energie); zomers kan dit tot onaanvaardbaar hoog oplopende binnentemperaturen leiden. In voor-en najaar kan één en ander zowel positief, als negatief uitpakken. Hierbij speelt de massa van het gebouw (warmteaccumulatie) een belangrijke rol. De hoeveelheid opvallende zonnewarmte wordt onder andere bepaald door de oriëntatie van de gevel, beschaduwing door andere gebouwen of door delen van het eigen gebouw (luifels en dergelijke). Het gedeelte van deze energie dat het vertrek binnendringt hangt af van het percentage glas in de gevel, het soort glas en de toegepaste zonwering. Verder kunnen fel door de zon beschenen vlakken grote helderheidverschillen binnen het gezichtsveld veroorzaken, waardoor het kijken niet altijd even eenvoudig is. Niettemin wordt toetreding van zon in vertrekken onder normale omstandigheden als prettig ervaren. Door de Studiecommissie Grondslagen Woningwaardering zijn in de uitgave Blauwe Reeks nummer 34 (1962) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aanbevelingen gedaan voor de gewenste zonlichttoetreding bij woningen. Als op 20 januari (en 22 november) tussen 9.00 en 15.00 uur het "normpunt" minstens 3 uur door de zon wordt beschenen spreekt men van de kwalificatie "goed". Een zonbestraling van minstens 2 uur van het "normpunt" op 19 februari (en 23 oktober) is goed voor de kwalificatie "matig". Het "normpunt" bevindt zich op het midden van de vensterbank, in het binnenvlak van de gevel. Voor fabrieken en werkplaatsen en de bijbehorende kantoren en dergelijke moet, volgens het Veiligheidsbesluit van 1938, direct zonlicht op de werkplaats worden vermeden. Een nieuwe versie van het veiligheidsbesluit valt echter binnen niet al te lange tijd te verwachten. Over dit onderwerp zijn verder geen gedetailleerde en algemeen aanvaarde richtlijnen aanwezig, zodat vaak het persoonlijk inzicht van de ontwerper maatgevend wordt. Hierop en op de manier waarop bezonning (en beschaduwing) kan worden bere­kend word nader in gegaan in paragraaf 3. Paragraaf 4 behandelt de eigenschappen van diverse soorten zonwering. Paragraaf 5 tenslotte geeft een methode om het nuttig effect van zontoetreding ten aanzien van de verwarming te kwantificeren. Begonnen wordt echter met een paragraaf waarin algemene gegevens over zonnestraling worden behandeld.

Figuur 1. Zonnehoogte (h) en azimut (a)